Share
Voorvertoning
Maak het leuk en leerzaam!
Thuis met je peuter,
maak het leuk en leerzaam!
In deze nieuwsbrief ontvang je van ons het laatste belangrijke nieuws, leuke tips, activiteiten en een online prentenboek.
Tip(s) van de dag
Kijk eens in de spiegel en zeg tegen jezelf: “Ik ben een geweldige ouder!”
Je bent namelijk een geweldige ouder en je doet het goed, en een complimentje hebben we allemaal nodig. Succes!

Ook kan je in de spiegel verschillende uitdrukkingen naspelen met je kind. Hoe kijk je als je boos of verdrietig bent? Dit is meteen een mooi moment om over de verschillende gevoelens te praten. Een oudere peuter kan misschien al benoemen wanneer je verdrietig bent (bijvoorbeeld als je valt en pijn hebt). En natuurlijk is samen lachen belangrijk: wie kan de mooiste gezichten maken?
Activiteit 1 - Trrring! Wie belt er aan?
Wat heb je nodig?
  • Een deur

Hoe werkt het?
  1. Ouder en kind spreken samen af wie gaat aanbellen en wie open doet.
  2. Het kind belt aan (of doet alsof).
  3. De ouder doet open (of doet alsof).
  4. Ouder en kind groeten elkaar en voeren een gesprekje bij de deur.
  5. Nog een keer! Nu wisselen ouder en kind van rol.

Wat is het doel?
Ervaren hoe een rollenspel een gelegenheid is om de taalontwikkeling van uw kind te werken. Wil je het wat moeilijker maken? Doe voor hoe je…

  • Samen met het kind de rollen kunt verdelen: ‘wie komt er op bezoek en belt als eerst aan? En wie doet er open?’
  • Het kind steeds de ruimte geeft om de regie te nemen door zijn/ haar ideeën en inbreng te volgen. Als een kind aanbelt als postbode, zeg je bijvoorbeeld: ‘fijn dat u mijn pakketje bezorgt!’
  • Het kind de gelegenheid biedt om een beurt te nemen, bijvoorbeeld door even te wachten of een gebaar te maken.
  • Het kind complimenten geeft voor zijn/haar ideeën.


   Activiteit 2 - Tunnels maken in een doos
Wat heb je nodig?
    Spelen kan overal! Zelfs met een kartonnen doos. Een kartonnen doos en eventueel stiften of andere knutselspullen om de doos te versieren.

Hoe werkt het?
Maak samen met uw peuter openingen in een grote of kleine kartonnen doos, zodat de trein of auto’s er doorheen kunnen. Hoe leuk is dat?

Wat is het doel?
Taalontwikkeling: door te benoemen waar je mee speelt, te vragen aan je kind wat we gaan doen en hoe verder wordt er taal ingezet en stimuleer je de interactie tussen jou en je peuter. Zeg bijvoorbeeld: ‘vertel maar wat ik mag doen. Waar gaan we naartoe met de auto?’
De peuter die graag uitgedaagd wil worden in taal kun je stimuleren door vragen te stellen waar hij/zij over na kan denken tijdens het spel. Vaak zijn dit open vragen die met ‘wie’, ‘wat’, ‘hoe’ of ‘waarom’ beginnen. Bijvoorbeeld: ‘wat voor auto’s, treintjes en andere voertuigen kunnen nog meer door de tunnels heen rijden?’

Rekenontwikkeling: door de activiteit extra te verrijken kun je kijken met je peuter welke voertuigen en andere dingen (zoals een trein, balletjes en dergelijke) er allemaal door de tunnel van de kartonnen doos passen.

Tip: leg bewust grote en kleine voorwerpen neer. Vraag aan je peuter wat hij/zij denkt: ‘zal dit door de tunnel passen of niet?’ Zo laat je je peuter bewust nadenken en het maakt de activiteit alleen nog maar leuker om daarna uit te proberen of de inschatting van je peuter klopt.
Activiteit 3 - Parcours maken met stoepkrijt
Stoepkrijt is al een megahit op zich, want buiten kleuren is hartstikke leuk! Als je het dan ook nog eens combineert door een leuke bewegingsactiviteit ervan te maken, dan zit het helemaal goed!

Wat heb je nodig?
Stoepkrijt en een veilige speelplek, bijvoorbeeld een pleintje.

Hoe werkt het?
Trek een lijn over het pleintje en laat je peuter de lijn volgen. Waar komt de lijn uit? Je kunt ook over de lijnen heen springen, op de lijnen springen of verschillende lijnen tekenen die hij/zij kan volgen. Misschien moet je wel ergens onderdoor of ergens overheen om de lijn te blijven volgen. Spannend!


Wat is het doel?
Motorische ontwikkeling: de peuter maakt verschillende bewegingen. Hierin kun je variëren door te springen, te lopen, te hinkelen of te kruipen. Door andere voorwerpen te gebruiken, kunnen ze ook ergens overheen klimmen en klauteren, om de lijn te blijven volgen.

Taalontwikkeling: benoem de handelingen die de peuter kan doen tijdens het volgen van het parcours. Vertel bijvoorbeeld dat ze kunnen hinkelen, springen, lopen, ergens overheen klimmen. Als je peuter veel zelf kan praten, laat hem/haar dan ook vertellen: vraag bijvoorbeeld wat hij/ zij denkt dat er gaat gebeuren nu het parcours is gemaakt. Laat de peuter zelf de handelingen benoemen, zoals over of op de lijn springen met twee benen of op een stoep lopen.

Tip: benoem ook de voorzetsels (onder, onderdoor, op, boven, naast, achter, over, overheen) tijdens de handelingen. Voorbeelden staan vetgedrukt in de uitleg hierboven.
Lees je kind voor of laat het voorlezen!
Vandaag is het verhaaltje: "Woezel en Pip, dubbeldikke vriendjes!"

 
Peuter&Co, Schoonderloostraat 68, 3024TX Rotterdam, Nederland
 
 


Email Marketing door ActiveCampaign